De bouw staat voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen: verstedelijking, klimaatadaptatie, energietransitie. En bij al deze uitdagingen speelt het milieu ook nog eens een grote rol. Voor de betonindustrie biedt dat grote kansen, bepleit voorzitter van het Betonhuis Rob van Gijzel in een gesprek met de redactie van Cement.
"Er bestaat
geen alternatief
voor beton"
Rob van Gijzel over de maatschappelijke
uitdagingen van de betonindustrie
1
44? CEMENT 02 2019
door?ir. Jacques Linssen, Redactie Cement / Aeneas Media
De bouw staat voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen: verstedelijking, klimaatadaptatie, energietransitie. En bij al deze uitdagingen speelt het milieu ook nog eens een grote rol. Voor de betonindustrie biedt dat grote kansen, bepleit voorzitter van het
Betonhuis Rob van Gijzel in een gesprek met de redactie van Cement.
J
CEMENT 02 2019 ?45
2 De waterstand in de rivieren was tijdens de droge zomer van 2018 lange tijd zo laag, dat er minder aanvoer van grondstoffen mogelijk was, foto: Betonhuis / Vincent van den Hoven
De wereld is zich aan het her-
groeperen. De Verenigde Naties
verwacht dat binnen twee gene-
raties 80% van alle mensen in
stedelijk gebied woont.
In Nederland
is dat percentage nu al bereikt. Hier zie je
echter een verschuiving tussen de steden
onderling. De ene stad wordt aantrekkelij-
ker gevonden dan de andere. Deze verstede-
lijking heeft volgens Rob van Gijzel nogal wat
te betekenen voor de bouw. Om de steden
bereikbaar te houden moet er nieuwe infra -
structuur komen en in de steden is een gro-
te hoeveelheid nieuwe woningen nodig. "Er komt een enorme bouwopgave op ons af.
Het is uitgesloten dat die kan worden inge-
vuld zonder beton. Beton zal dus onmisbaar
blijven. Maar we moeten wel nadenken over
hoe we de vraag efficiënt kunnen invullen,
want er wordt veel te veel verspild. Schattin
-
gen over de faalkosten in de bouw lopen op
tot wel 15%. In de andere industrieën zou dat
echt ondenkbaar zijn. Ook in de bouw moet
dat beter kunnen, bijvoorbeeld door meer te
standaardiseren en te industrialiseren. In
de bouw wordt elk project als uniek be-
schouwd. Dat moet echt anders. Door daar
slim over na te denken, hoeft dat helemaal
ROB VAN GIJZEL
1989 ? 2001
lid Tweede Kamer namens PvdA2008 ? 2016
burgemeester
gemeente Eindhoven 2018 ? heden
voorzitter Betonhuis 2018 ? heden
ambassadeur Dutch
Blockchain Coalition
foto Boudewijn van
Lieshout / Gemeente Eindhoven
2
46? CEMENT 02 2019
BETONHUIS
Het Betonhuis is nu ruim een jaar
actief. De koepelorganisatie is for-
meel op 1 december 2017 opgericht
en op 1 januari 2018 gestart als een
samenwerkingsverband tussen de
drie grootste brancheorganisaties
in de Nederlandse betonmarkt, die
voor de cementindustrie, de beton-
mortelindustrie en de betonpro-
ductenindustrie. Het Betonhuis
richt zich op acht kernactiviteiten,
die tot doel hebben om de sector
effectiever en slagvaardiger te ma-
ken. Het gaat om belangenbeharti-
ging van aangesloten leden, ken-
nisontwikkeling betontechniek en
normering, en de promotie van een
duurzaam imago van beton. Verder
faciliteert Betonhuis opleidingen en
diverse leermiddelen, biedt het on-
dersteuning bij arbeidsvoorwaar-
den en adviseert het op het gebied
van KAM en veiligheid. Ook kunnen
leden er terecht voor statistiek en
dienstverlening.
De samenwerking tussen de drie
branches begint volgens Van Gij-
zel duidelijk zijn vruchten af te
werpen. "Wij worden nu eindelijk
serieus genomen. Waar we voor-
heen als aparte branches moes-
ten optreden, hebben we nu een
grotere vuist om mee op tafel te
slaan. En de samenwerking in het
Betonhuis verloopt voorspoedig.
Natuurlijk is er verschil van in-
zicht. Maar het feit dat we nu
over veel maatschappelijke ont-
wikkelingen discussiëren, vind ik
al een grote winst. En juist door
die discussies wordt onze mening
scherper. De proof of the pudding
was natuurlijk het Betonakkoord.
De manier waarop we daarmee
zijn omgegaan, stemt mij zeer op-
timistisch. Dankzij onze inbreng is
het tot een akkoord gekomen
waar onze leden nu nagenoeg al-
lemaal mee hebben ingestemd."
niet te leiden tot een eentonig straatbeeld.
Daar zijn enkele treffende voorbeelden van."
Om die standaardisatie te kunnen realise-
ren is innovatie nodig. En daar blinkt de
bouw niet echt in uit. Dat heeft begrijpelijke
redenen. "Hoe bestaat het dat in de huidige
hoogconjunctuur bouwbedrijven slechts 2%
winst maken? Door de krappe budgetten,
waarvoor ook de overheid verantwoordelijk
is, wordt er in het hele proces enorm gekne-
pen. Er is op die manier totaal geen ruimte
voor innovatie. We moeten als bouw echt
aan de bak, want als we dat zelf niet doen, worden we straks ingehaald door een dis-
ruptieve partij uit een onverwachte hoek.
En dan hebben wij met de hele bouw het na
-
kijken. Wij denken als betonindustrie ook na
hoe we deze situatie kunnen doorbreken.
Daartoe hebben we een denktank opgericht.
Een van de zaken die daar worden bespro-
ken, is het hoger in de keten meedenken
over concepten."
Klimaatadaptatie
Als tweede belangrijke opgave noemt Van
Gijzel klimaatadaptatie. De enorme veran -
deringen in het klimaat leiden tot een
bouwopgave waarvan de meesten zich nog
niet bewust zijn. Voor de steden vraagt het
om oplossingen om verdroging en verdras-
sing te voorkomen. Sprekender en nijpen -
der voor Nederland zijn waarschijnlijk de
gevolgen voor de infrastructuur. "We heb-
ben ons in het verleden altijd druk ge-
maakt om de dreigingen van hoogwater.
Eerst vanuit de zee, vervolgens vanuit het
achterland. Dat heeft tot indrukwekkende
infrastructurele projecten geleid, zoals de
deltawerken, dijkverzwaringen, ruimte
voor de rivier. De volgende uitdaging kon -
digde zich afgelopen zomer aan: droogte.
De waterstand in de Rijn was voor een lan -
ge periode veel te laag. Voor ons als indus-
trie had dat vervelende gevolgen, door een
tekort aan grondstoffen. Maar veel mensen
weten niet dat dit probleem ons allemaal
aanging. Zo had het maar een haar ge-
scheeld of er was een tekort aan drinkwa -
ter. Delen van het IJsselmeer en het Ken -
nemerland kregen te maken met
verzilting. En die gebieden zijn heel be-
langrijk in onze drinkwatervoorziening. De
oorzaak van deze problemen is dat de Rijn
in relatief korte tijd aan het veranderen is
van gletsjerrivier naar regenrivier. Maar
de rivier is daar niet op aangepast. Er zul -
len veel nieuwe stuwen en sluizen bij moe-
ten komen om de waterstand te reguleren.
Dit wordt echt een belangrijk thema, maar
staat nog nauwelijks op de agenda."
Energietransitie
Van Gijzels derde speerpunt is de energie-
transitie, de overstap van fossiele brandstof -
fen naar volledig duurzame energiebronnen
CEMENT 02 2019 ?47
3 Gardens by the Bay. Singapore bewijst dat verstedelijking en vergroening prima samen kunnen gaan; in 20 jaar groeide het aantal inwoners daar met 100% en het groen in de stad van 36% naar 50%
BETONAKKOORD
EN SIDELETTER
Op 10 juli 2018 werd het Betonakkoord on-
dertekend door een groot aantal bouwbe-
drijven, leveranciers, ministeries en op-
drachtgevers. Dit akkoord moet ertoe leiden
dat de gehele betonketen versneld gaat
verduurzamen. Het is een ambitieus ak -
koord. Zo is afgesproken dat CO
2-uitstoot in
2030 met minimaal 30%, maar bij voorkeur
49%, wordt teruggedrongen, ten opzichte
van 1990. Ook ten aanzien van circulariteit
zijn er afspraken gemaakt. In 2030 moet al
het vrijkomende betonafval worden gebruikt
bij de productie van nieuw beton.
Om een aantal uitgangspunten
te verduidelijken stuurde Rob van Gijzel na-
mens de betonindustrie op 9 juli 2018 een
sideletter aan Jacqueline Cramer, voorzit -ter van het Betonakkoord. In die sideletter
werd onder meer benadrukt dat grind en
kalksteen geen schaarse grondstoffen zijn.
Ook stelde de industrie dat toepassing van
betonpuin als fundatiemateriaal gelijk
-
waardig moet worden beschouwd aan toe-
passing in nieuw beton. De milieukosten
moeten leidend zijn voor de toepassing.
Verder werd benadrukt dat waar circulari-
teit en reductie van CO
2-emissie tegenstrij-
dig zijn, de voorkeur moet worden gegeven
aan CO
2-verlaging.
Belangrijk in de sideletter was ook de am-
bitie dat overheid, kennisinstellingen en be-
drijfsleven samen het initiatief gaan nemen
voor onderzoek naar de ontwikkeling en/of
toepassing van alternatieve klinker- en ce-
mentsoorten.
3
"Als wij niets
doen, gaat de
CO
2-uitstoot in
onze industrie
flink omhoog"
48? CEMENT 02 2019
tering in andere industrieën, zoals de auto-
branche, de luchtvaart, de veeteelt, veel
meer kunt bereiken. Maar dat ontslaat ons
zeker niet van onze verplichting. Ik ben dan
ook heel blij met de manier waarop de in-
dustrie dit oppakt."
Veel individuele bedrijven zijn druk aan het
kijken waar besparingen mogelijk zijn in
hun bedrijfsvoering. Maar de winst in het
productieproces moet op bredere schaal
worden opgepakt, dat kan de betonindustrie
niet alleen. "Het is een internationaal vraag -
stuk, waarbij we ook de overheid nodig heb-
ben. Door het stoppen van de mergelwinning
in Maastricht produceren we in Nederland al
geen klinker meer. Die halen we uit het bui -
tenland. Dat pakt in eerste instantie gunstig
uit in ons CO
2-plaatje, want de CO 2-uitstoot
van klinkerproductie telt alleen voor het
land van herkomst. Maar eerlijk is dat na -
tuurlijk niet. Bovendien tellen die CO
2-on -
vriendelijke mengsels uit het buitenland wel
negatief in onze MKI-berekeningen."
Het is dus een complex vraagstuk waar je
goed over moet nadenken. Het vraagt ook
om innovaties. Een aanjager hierbij is het
Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC).
Dit initiatief wordt gedragen door overhe-
den, kennisinstellingen en marktpartijen.
Van daaruit worden innovaties onder-
steund. Overheid, kennisinstellingen en be-
drijfsleven dragen er ieder voor 1/3 aan bij.
"Wij willen via dat programma onderzoek
gaan doen naar alternatieve klinker- en ce-
mentsoorten. De reacties vanuit het BTIC
zijn zeer positief. Opvallend is dat dit het
eerste initiatief is vanuit de markt. Ik ver-
wacht hier heel veel van. Als we het goed
doen heeft iedereen er wat aan. We kunnen
onze kennis dan zelfs gaan exporteren."
Betonhuis
Het zijn behoorlijk abstracte en maatschappe-
lijke thema's waar Van Gijzel zich nu sterk
voor maakt. Voor de betonindustrie is dat nog
wel een beetje wennen. Maar het besef begint
wel door te dringen dat dit de thema's zijn
waar het echt om gaat. En mede dankzij de
bundeling van krachten in het Betonhuis kan
de betonindustrie hierbij een belangrijke rol
spelen. Daar is van Gijzel wel van overtuigd.
VOORZITTER
BETONHUIS
Rob van Gijzel is voormalig lid
van de Tweede Kamer namens
de Partij van de Arbeid. Be-
langrijke aandachtspunten wa-
ren voor hem onder meer de
bouwfraude en de Bijlmerramp.
Van april 2008 tot september
2016 was Van Gijzel burge-
meester van de gemeente Eind-
hoven, waar hij onder meer
actief was voor de stichting
Brainport.
Sinds 1 maart 2018 is hij voorzit -
ter van het Betonhuis. Verder is
hij onder meer ambassadeur
van Dutch Blockchain Coalition
en is hij succesvol met zijn
rapport over middenhuur.
Voorzitter van het Betonhuis
Waarom Van Gijzel gekozen
heeft voorzitter van het Beton-
huis te worden? "Ik geloof in
innovatie, samenwerking en het
bij elkaar brengen van mensen.
De bouw en ook de beton-
industrie zijn behoorlijk archa-
isch maar hebben wel een
groot maatschappelijk belang.
Ik denk dat er een hoop kan en
moet veranderen. Daar draag
ik graag mijn steentje aan bij."
zoals zonne- en windenergie. De bouw kan
hierin het nodige betekenen. "We moeten
gebouwen ontwikkelingen die minder ener-
gie nodig hebben. Dat vraagt om investerin -
gen. Maar bewoners zitten niet te wachten
op een verhoging van de woonlasten. Ik ge-
loof daarom dat je naar de totale woonlasten
moet kijken. Dankzij innovaties kunnen we
goedkoper bouwen en houd je geld over voor
investeringen in energiezuinige systemen."
Technisch detail hierbij is dat beton hierbij
gebruik kan maken van het hoge warmteac-
cumulerende vermogen. De grootste uitdaging voor wat betreft
de energietransitie ligt overigens in de 5,5
miljoen bestaande woningen. Je moet heel
goed over nadenken hoe je dat slim aanpakt.
Voor de betonindustrie ligt deze vraag ech -
ter verder weg.
CO 2 Rode draad in al deze ontwikkelingen is het
milieu. De belangrijkste actuele thema's zijn
circulariteit en CO
2. "Wat nog wel eens over
het hoofd wordt gezien, is dat we het in Ne-
derland al heel goed doen wat CO
2-betreft.
Wij lopen voorop in het gebruik van hoog -
ovenslak en vliegas. Maar het aanbod van
deze secundaire materialen zal de komende
tijd slinken. De kolencentrales gaan dicht en
ook de staalindustrie is bezig met andere
processen waarbij minder slakken overblij-
ven. Dus als wij niets doen, gaat die CO
2-uit-
stoot in onze industrie flink omhoog." En die uitstoot moet juist omlaag, zo
vindt ook de industrie. "Wij zijn de eerste
industrie die een akkoord heeft getekend
(zie kader 'Betonakkoord en sideletter',
red.). Daaruit blijkt wel dat het ons menens
is. Om dat te benadrukken hebben we een
sideletter opgesteld. Die liegt er niet om, ie-
dere letter daarin is raak." Van Gijzel heeft persoonlijk nog wel
een kanttekening bij alle inspanningen
waarvoor de betonindustrie nu haar nek
gaat uitsteken. "Als je het vanuit een wat ho-
ger abstractieniveau bekijkt, vraag ik me af
of de investeringen die wij moeten doen wel
zo efficiënt zijn. Omdat wij relatief al zo wei -
nig CO
2 uitstoten moeten wij heel veel inves-
teren om nog veel winst te kunnen boeken.
Mijn overtuiging is dat je met dezelfde inves-
CEMENT 02 2019 ?49
Rob van Gijzel
Rob van Gijzel is voormalig lid van de Tweede Kamer namens de Partij van de Arbeid. Belangrijke aandachtspunten waren voor hem onder meer de bouwfraude en de Bijlmerramp. Van april 2008 tot september 2016 was Van Gijzel burgemeester van de gemeente Eindhoven, waar hij onder meer actief was voor de stichting Brainport. Sinds 1 maart 2018 is hij voorzitter van het Betonhuis. Verder is hij onder meer ambassadeur van Dutch Blockchain Coalition en is hij succesvol met zijn rapport over middenhuur.
Waarom Van Gijzel gekozen heeft voorzitter van het Betonhuis te worden? “Ik geloof in innovatie, samenwerking en het bij elkaar brengen van mensen. De bouw en ook de betonindustrie zijn behoorlijk archaïsch maar hebben wel een groot maatschappelijk belang. Ik denk dat er een hoop kan en moet veranderen. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.”
foto: Boudewijn van Lieshout / Gemeente Eindhoven
De wereld is zich aan het hergroeperen. De Verenigde Naties verwacht dat binnen twee generaties 80% van alle mensen in stedelijk gebied woont. In Nederland is dat percentage nu al bereikt. Hier zie je echter een verschuiving tussen de steden onderling. De ene stad wordt aantrekkelijker gevonden dan de andere. Deze verstedelijking heeft volgens Rob van Gijzel nogal wat te betekenen voor de bouw. Om de steden bereikbaar te houden moet er nieuwe infrastructuur komen en in de steden is een grote hoeveelheid nieuwe woningen nodig. “Er komt een enorme bouwopgave op ons af. Het is uitgesloten dat die kan worden ingevuld zonder beton. Beton zal dus onmisbaar blijven. Maar we moeten wel nadenken over hoe we de vraag efficiënt kunnen invullen, want er wordt veel te veel verspild. Schattingen over de faalkosten in de bouw lopen op tot wel 15%. In de andere industrieën zou dat echt ondenkbaar zijn. Ook in de bouw moet dat beter kunnen, bijvoorbeeld door meer te standaardiseren en te industrialiseren. In de bouw wordt elk project als uniek beschouwd. Dat moet echt anders. Door daar slim over na te denken, hoeft dat helemaal niet te leiden tot een eentonig straatbeeld. Daar zijn enkele treffende voorbeelden van.”
Om die standaardisatie te kunnen realiseren is innovatie nodig. En daar blinkt de bouw niet echt in uit. Dat heeft begrijpelijke redenen. “Hoe bestaat het dat in de huidige hoogconjunctuur bouwbedrijven slechts 2% winst maken? Door de krappe budgetten, waarvoor ook de overheid verantwoordelijk is, wordt er in het hele proces enorm geknepen. Er is op die manier totaal geen ruimte voor innovatie. We moeten als bouw echt aan de bak, want als we dat zelf niet doen, worden we straks ingehaald door een disruptieve partij uit een onverwachte hoek. En dan hebben wij met de hele bouw het nakijken. Wij denken als betonindustrie ook na hoe we deze situatie kunnen doorbreken. Daartoe hebben we een denktank opgericht. Een van de zaken die daar worden besproken, is het hoger in de keten meedenken over concepten.”
Als tweede belangrijke opgave noemt Van Gijzel klimaatadaptatie. De enorme veranderingen in het klimaat leiden tot een bouwopgave waarvan de meesten zich nog niet bewust zijn. Voor de steden vraagt het om oplossingen om verdroging en verdrassing te voorkomen. Sprekender en nijpender voor Nederland zijn waarschijnlijk de gevolgen voor de infrastructuur. “We hebben ons in het verleden altijd druk gemaakt om de dreigingen van hoogwater. Eerst vanuit de zee, vervolgens vanuit het achterland. Dat heeft tot indrukwekkende infrastructurele projecten geleid, zoals de deltawerken, dijkverzwaringen, ruimte voor de rivier. De volgende uitdaging kondigde zich afgelopen zomer aan: droogte. De waterstand in de Rijn was voor een lange periode veel te laag. Voor ons als industrie had dat vervelende gevolgen, door een tekort aan grondstoffen. Maar veel mensen weten niet dat dit probleem ons allemaal aanging. Zo had het maar een haar gescheeld of er was een tekort aan drinkwater. Delen van het IJsselmeer en het Kennemerland kregen te maken met verzilting. En die gebieden zijn heel belangrijk in onze drinkwatervoorziening. De oorzaak van deze problemen is dat de Rijn in relatief korte tijd aan het veranderen is van gletsjerrivier naar regenrivier. Maar de rivier is daar niet op aangepast. Er zullen veel nieuwe stuwen en sluizen bij moeten komen om de waterstand te reguleren. Dit wordt echt een belangrijk thema, maar staat nog nauwelijks op de agenda.”
Van Gijzels derde speerpunt is de energietransitie, de overstap van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie. De bouw kan hierin het nodige betekenen. “We moeten gebouwen ontwikkelingen die minder energie nodig hebben. Dat vraagt om investeringen. Maar bewoners zitten niet te wachten op een verhoging van de woonlasten. Ik geloof daarom dat je naar de totale woonlasten moet kijken. Dankzij innovaties kunnen we goedkoper bouwen en houd je geld over voor investeringen in energiezuinige systemen.” Technisch detail hierbij is dat beton hierbij gebruik kan maken van het hoge warmteaccumulerende vermogen.
De grootste uitdaging voor wat betreft de energietransitie ligt overigens in de 5,5 miljoen bestaande woningen. Je moet heel goed over nadenken hoe je dat slim aanpakt. Voor de betonindustrie ligt deze vraag echter verder weg.
Rode draad in al deze ontwikkelingen is het milieu. De belangrijkste actuele thema’s zijn circulariteit en CO2. “Wat nog wel eens over het hoofd wordt gezien, is dat we het in Nederland al heel goed doen wat CO2-betreft. Wij lopen voorop in het gebruik van hoogovenslak en vliegas. Maar het aanbod van deze secundaire materialen zal de komende tijd slinken. De kolencentrales gaan dicht en ook de staalindustrie is bezig met andere processen waarbij minder slakken overblijven. Dus als wij niets doen, gaat die CO2-uitstoot in onze industrie flink omhoog.”En die uitstoot moet juist omlaag, zo vindt ook de industrie. “Wij zijn de eerste industrie die een akkoord heeft getekend (zie kader ‘Betonakkoord en sideletter’, red.). Daaruit blijkt wel dat het ons menens is. Om dat te benadrukken hebben we een sideletter opgesteld. Die liegt er niet om, iedere letter daarin is raak.”
Van Gijzel heeft persoonlijk nog wel een kanttekening bij alle inspanningen waarvoor de betonindustrie nu haar nek gaat uitsteken. ”Als je het vanuit een wat hoger abstractieniveau bekijkt, vraag ik me af of de investeringen die wij moeten doen wel zo efficiënt zijn. Omdat wij relatief al zo weinig CO2 uitstoten moeten wij heel veel investeren om nog veel winst te kunnen boeken. Mijn overtuiging is dat je met dezelfde investering in andere industrieën, zoals de autobranche, de luchtvaart, de veeteelt, veel meer kunt bereiken. Maar dat ontslaat ons zeker niet van onze verplichting. Ik ben dan ook heel blij met de manier waarop de industrie dit oppakt.”
Veel individuele bedrijven zijn druk aan het kijken waar besparingen mogelijk zijn in hun bedrijfsvoering. Maar de winst in het productieproces moet op bredere schaal worden opgepakt, dat kan de betonindustrie niet alleen. “Het is een internationaal vraagstuk, waarbij we ook de overheid nodig hebben. Door het stoppen van de mergelwinning in Maastricht produceren we in Nederland al geen klinker meer. Die halen we uit het buitenland. Dat pakt in eerste instantie gunstig uit in ons CO2-plaatje, want de CO2-uitstoot van klinkerproductie telt alleen voor het land van herkomst. Maar eerlijk is dat natuurlijk niet. Bovendien tellen die CO2-onvriendelijke mengsels uit het buitenland wel negatief in onze MKI-berekeningen.”
Het is dus een complex vraagstuk waar je goed over moet nadenken. Het vraagt ook om innovaties. Een aanjager hierbij is het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC). Dit initiatief wordt gedragen door overheden, kennisinstellingen en marktpartijen. Van daaruit worden innovaties ondersteund. Overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven dragen er ieder voor 1/3 aan bij. “Wij willen via dat programma onderzoek gaan doen naar alternatieve klinker- en cementsoorten. De reacties vanuit het BTIC zijn zeer positief. Opvallend is dat dit het eerste initiatief is vanuit de markt. Ik verwacht hier heel veel van. Als we het goed doen heeft iedereen er wat aan. We kunnen onze kennis dan zelfs gaan exporteren.”
Het zijn behoorlijk abstracte en maatschappelijke thema’s waar Van Gijzel zich nu sterk voor maakt. Voor de betonindustrie is dat nog wel een beetje wennen. Maar het besef begint wel door te dringen dat dit de thema’s zijn waar het echt om gaat. En mede dankzij de bundeling van krachten in het Betonhuis kan de betonindustrie hierbij een belangrijke rol spelen. Daar is van Gijzel wel van overtuigd.
Betonakkoord en sideletter
Op 10 juli 2018 werd het Betonakkoord ondertekend door een groot aantal bouwbedrijven, leveranciers, ministeries en opdrachtgevers. Dit akkoord moet ertoe leiden dat de gehele betonketen versneld gaat verduurzamen. Het is een ambitieus akkoord. Zo is afgesproken dat CO2-uitstoot in 2030 met minimaal 30%, maar bij voorkeur 49%, wordt teruggedrongen, ten opzichte van 1990. Ook ten aanzien van circulariteit zijn er afspraken gemaakt. In 2030 moet al het vrijkomende betonafval worden gebruikt bij de productie van nieuw beton.
Om een aantal uitgangspunten te verduidelijken stuurde Rob van Gijzel namens de betonindustrie op 9 juli 2018 een sideletter aan Jacqueline Cramer, voorzitter van het Betonakkoord. In die sideletter werd onder meer benadrukt dat grind en kalksteen geen schaarse grondstoffen zijn. Ook stelde de industrie dat toepassing van betonpuin als fundatiemateriaal gelijkwaardig moet worden beschouwd aan toepassing in nieuw beton. De milieukosten moeten leidend zijn voor de toepassing. Verder werd benadrukt dat waar circulariteit en reductie van CO2-emissie tegenstrijdig zijn, de voorkeur moet worden gegeven aan CO2-verlaging.
Belangrijk in de sideletter was ook de ambitie dat overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven samen het initiatief gaan nemen voor onderzoek naar de ontwikkeling en/of toepassing van alternatieve klinker- en cementsoorten.
Betonhuis
Het Betonhuis is nu ruim een jaar actief. De koepelorganisatie is formeel op 1 december 2017 opgericht en op 1 januari 2018 gestart als een samenwerkingsverband tussen de drie grootste brancheorganisaties in de Nederlandse betonmarkt, die voor de cementindustrie, de betonmortelindustrie en de betonproductenindustrie. Het Betonhuis richt zich op acht kernactiviteiten, die tot doel hebben om de sector effectiever en slagvaardiger te maken. Het gaat om belangenbehartiging van aangesloten leden, kennisontwikkeling betontechniek en normering, en de promotie van een duurzaam imago van beton. Verder faciliteert Betonhuis opleidingen en diverse leermiddelen, biedt het ondersteuning bij arbeidsvoorwaarden en adviseert het op het gebied van KAM en veiligheid. Ook kunnen leden er terecht voor statistiek en dienstverlening.
De samenwerking tussen de drie branches begint volgens Van Gijzel duidelijk zijn vruchten af te werpen. “Wij worden nu eindelijk serieus genomen. Waar we voorheen als aparte branches moesten optreden, hebben we nu een grotere vuist om mee op tafel te slaan. En de samenwerking in het Betonhuis verloopt voorspoedig. Natuurlijk is er verschil van inzicht. Maar het feit dat we nu over veel maatschappelijke ontwikkelingen discussiëren, vind ik al een grote winst. En juist door die discussies wordt onze mening scherper. De proof of the pudding was natuurlijk het Betonakkoord. De manier waarop we daarmee zijn omgegaan, stemt mij zeer optimistisch. Dankzij onze inbreng is het tot een akkoord gekomen waar onze leden nu nagenoeg allemaal mee hebben ingestemd.”
Reacties